Eten in de Middeleeuwen De belangrijkste maaltijd van de dag is het noenmaal, de maaltijd die in de middag gebruikt werd. Het was voor de gewone burgerij een stoofpot, aangevuld met brood, boter en zout en omspoeld met bier. Een stoofpot was een soort maaltijdsoep, de ingrediënten waren: groentes (b.v. kool, erwten, tuinbonen, linzen, pastinaak, koolraap, uien, prei), kruiden, specerijen en water. Soms met wat vlees bij de rijkere of vis bij de armere Middeleeuwers. Het avondmaal was de afsluiting van de dag. In de zomer vond die zo tussen 19.30 en 20.30 uur plaats. Bij eenvoudige en burgerlijke gezinnen was die eenvoudig en bevatte zoals elke maaltijd brood en boter (en beleg), meestal een brei of pap en misschien wat restjes van het middagmaal, al of niet opgewarmd. Hier werd ook weer bier bij gedronken. Rijkere mensen wilden nog wel eens een nieuwe vleesschotel maken of maakten wat meer werk van de pap door hem in de vorm van een vlade of toerte te maken. Bij hen was dit ook de maaltijd waar wijn bij werd gedronken. De groentes en de kruiden werden maar voor een klein deel zelf verbouwd, het meeste werd op de mark gekocht of geruild. Brood kocht men bij de bakker. Veel groentes kenden de Middeleeuwer nog niet, zo kwamen de aardappels, maïs, tomaten, witte-, bruine-, sperzie- en snijbonen uit Amerika. Ook de tabak en chocolade. De oranje wortel komt pas in de 16de eeuw en de spruitjes ontstaan pas in de 18de eeuw in België. |

