 |
Uit grafonderzoek blijkt nu dat de laat Middeleeuwer gezond was en oud werd. Een jongetje van 4 jaar had ongeveer de zelfde levens verwachting als een jongetje van 4 jaar nu. Door de kans in het kraambed te sterven was de levensverwachting van meisjes iets lager. De kindersterfte was nog niet zo groot.
Er waren in de steden strenge wetten (keuren) tegen vervuiling. Water uit de rivieren waren nog niet vervuild.(men dronk bier om de vitamines B uit het bier gist). Zo waren er zelfs al steden met een "varkens quotum wet". Normaal mocht men daar maar 1 á 2 varkens hebben in een goed hok, uitzonderingen waren de bakkers en brouwers die mochten er meer. In de Gouden Eeuw ging de hygiëne en de sociale controle door de sterke groei van de steden erg achteruit en daarmee de gezondheid. Ook was men niet klein, de gemiddelde lengte komt overeen met mensen die zijn geboren rond 1950.
De middeleeuwse Hollandse stadsbewoner ging, als het even kon, één keer in de week in een warm bad (zaterdags), waste hij verder regelmatig handen (vooral voor en tijdens de maaltijd) en gezicht en zijn voeten als die vuil waren. Dat bad kon thuis plaats vinden in een tobbe voor het vuur, waar iedereen inging (na elkaar natuurlijk), maar ook in openbare badhuizen of stoven. Er was zachte en harde zeep gemaakt van loog (uit as) en vet (van schapenwol of reuzel) plus eventueel reukstoffen uit kruiden. Hij wist wat tandenpoetsen (met uitgekauwd zoethout bijv.) en polijsten was en gebruikte tandpoeder (soms bestaande uit fijn zand) en wendde honingwater of zure wijn aan om de mond te spoelen. Nagels werden geknipt of afgesneden, haren, baarden en snorren werden bijgehouden en gewassen. Hij verschoonde zichzelf toch minstens één keer in de week, na het bad en had dikwijls een stel kleren voor zon- en feestdagen en voor het werk. Verder nog de nodige min of meer afgedragen kledingstukken, voor zover ze niet vermaakt waren voor kinderen. De onderkleding werd regelmatig gewassen, evenals de hovetcleden, capers, slopen en lakens. Deze werden ook gebleekt en misschien soms al gesteven met tarwebloem. Wollen overkleding, die niet werd gewassen, werd met water of azijn besprenkeld, gelucht, geschuierd en geklopt.
Terug
|